top of page

Uitgelaten

UITGELATEN

De zaterdagochtend wordt bij ons besteed aan de laatste huishoudelijke en nieuwste technische klusjes. Gewoon nodig om de boel goed te laten draaien en niet omdat we liefhebbers zijn van deze karwijtjes.

De middag is om aandacht en tijd vrij te maken voor elkaar en de kinderen. Dit gaat meestal heel spontaan en zo gaan we ook deze middag die zich laat gelden als een prachtige nazomerse middag via een wandeling door de duinen naar het strand.

Mijn dochter heeft haar vriendinnetje mee, een heerlijk spontaan en lenig mensenkind dat meestal nog geen minuut stil kan zitten. Nu echter lijkt het haar moeite te kosten zich over het zandpad voort te bewegen en duinen dagen haar niet uit om ze te beklimmen terwijl mijn eigen volkje me al van de blanke top der duinen toeschreeuwt hoe wijds het uitzicht is.

Ik neem haar wat onder mijn moederlijke vleugels en geef aan dat als we straks op het strand zijn eerst lekker neer zullen ploffen om bij te komen.

Als we dan ook de laatste en hoogste duin beklimmen die ons het uitzicht op de zee geeft en we uitgelaten en  onstuimig naar beneden rennen zijn we toe aan de beloofde time out. De kinderen ontdoen zich in vliegende vaart van kleding en rennen slechts in hun ondergoed naar de zee. Wij laten ons tussen de neergeworpen kleding stukken op het warme zand neer.

Wat een genot, de zon omhult ons, we vormen een idyllisch plaatje met die blonde koppies van de kinderen en hun gebruinde huid. Ze spelen aan de waterlijn het is soms werkelijk een makkie om ouders te zijn.

Dan staat er naast de kinderen, voor ons op zo”n tweehonderd meter afstand, een man stil. We kijken en kijken nog eens goed, We kijken naar elkaar en kijken om ons heen. Dan proesten we het uit van de lach. Om ons heen is niet alleen het naakte strand maar alles wat er op loopt, staat of ligt is naakt, poedelnaakt. De kinderen aan de zee spelen door, Thomas loopt om de man heen en concludeert dat hij blote billen heeft, hele blote billen zoals hij ons later verteld.

Als we er aan toe zijn om onze wandeling weer te vervolgen loop ik op met de meisjes en vraag hun of ze ook iets bijzonders hebben gezien op het strand. Het blijft stil. Diep in de ogen zit een lach of is het een binnenpretje. Ja, ze hebben iets gezien op het strand rode kreeften en wel een heleboel. Ik denk: zijn ze nu al weer zo wijs dat ze toe zijn aan dit soort woordspeling? Hun blik geeft me het gevoel een moeder te zijn die echt niet helemaal bij de tijd is. Wat kan een mens zich geconfronteerd voelen met de naakte waarheid.

Onderweg lopen we deze waarheid nog een aantal keer tegen het lijf maar we ondergaan haar gelaten.

Na een heerlijk bolletje ijs als beloning voor de lange tocht keren we terug naar de auto en stappen in. Na een korte stilte op de achterbank begint het gegniffel en zetten de meisjes in met een lied:

0 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven

Kommentare


bottom of page